baby-2.jpg

Pijn en pijnstilling

Bevallen doet pijn, maar deze pijn is er niet voor niets. Bevallingspijn is functioneel. Pijn heeft eigenlijk 2 redenen: waarschuwing en bescherming. Als je je hand tegen een hete kachel houdt, trek je je hand terug. Dit voorkomt dat je een brandwond oploopt. De waarschuwing is: Er is iets aan de hand!

Omdat je pijn voelt, krijg je de kans om je voor te bereiden op de komst van jullie kindje. Zo geeft de natuur een signaal: ‘Zonder je af, zorg voor een veilige plek om te baren. Concentreer je op wat gaat gebeuren, focus je op je lichaam en de bevalling’.

Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar het belangrijkste is dat je je niet tegen de pijn verzet. Probeer een knop om te zetten en te bedenken dat de pijn tijdelijk is en een doel heeft, namelijk de geboorte van jullie kindje. Als je je verzet tegen de pijn komt er meer adrenaline in je lichaam en adrenaline zorgt ervoor dat de ontsluiting minder vlot gaat. Daarentegen, als je de pijn over je heen laat komen, komen er juist endorfines (een lichaamseigen pijnstiller) vrij, waardoor je minder pijn voelt en de pijn te verdragen is.

De duur en de ernst van de pijn tijdens een bevalling wisselen. Meestal neemt de pijn toe naarmate de ontsluiting vordert. De pijn is voornamelijk onder in de buik aanwezig en wordt soms als rugpijn gevoeld. Ook de pijn tijdens het persen verschilt: soms is het een opluchting om mee te mogen persen, soms doet persen juist het meeste pijn.

Adviezen om de pijn op een natuurlijke manier te verlichten zijn:

  1. Probeer een ontspannen houding aan te nemen.
  2. Door geconcentreerd de weeën ‘weg te zuchten’.
  3. Een warme douche of een warmtebron op de meest pijnlijke plaats.
  4. Massage van de rug.

Bij een normaal verlopende, vlotte bevalling is pijnstilling meestal niet nodig. Op het moment dat je ‘het echt niet meer ziet zitten’, is meestal het laatste deel van de bevalling aangebroken. Op dat moment helpt het als je mensen om je heen hebt, die je echt goed steunen en sturen.

Bij een bevalling die niet zo vlot en soepel verloopt, bijvoorbeeld bij uitputting, angst of meer dan normale spanning, kan pijnstilling een prima middel zijn om de bevalling toch tot een goed einde te brengen. De vicieuze cirkel van pijn en niet kunnen ontspannen kan dan door medicijnen doorbroken worden. Echter, bij pijnstilling moeten we altijd de hulp van de gynaecoloog inroepen en kun je niet thuis blijven.

Er zijn verschillende vormen van pijnstilling:

  1. Pethidine is een medicijn wat wordt gegeven met een prik in je been. Hier word je suf van en val je tussen de weeën wat in slaap. Met deze manier van pijnstilling gaan de scherpe kantjes van de weeën af, maar de pijn gaat niet helemaal weg. Vaak wordt deze methode gebruikt als de weeën nog niet zo krachtig zijn.
  2. Remifentanil is een middel wat via een infuus wordt gegeven. Via het infuus krijg je een bepaalde basisdosering van het pijnstillende middel, maar tijdens de wee kun je op het pompje drukken. Je krijgt dan een extra boost van het middel, waardoor het net nog wat extra helpt. Het voordeel van dit middel is dat het heel snel weer uitgewerkt is. (Dit middel wordt alleen gegeven in het Twee Steden ziekenhuis)
  3. Een ruggenprik (epiduraal). Dit verdooft de hele onderkant van je lichaam, waardoor je niets meer voelt. Tijdens het persen moet de ruggenprik weer uitgewerkt zijn, omdat je anders niet voelt hoe je moet persen. Tegenwoordig kun je ook ’s nachts een ruggenprik krijgen.

We kijken als verloskundige goed naar de situatie en proberen goed naar je te luisteren. We kijken naar wat nodig is en sturen je ook echt in voor pijnstilling als dat nodig is.